-
Transplantabel. Dit is de normale code voor een patiënt die is aangemeld. Dit betekent dat u getransplanteerd kunt worden zodra er een geschikte nier voor u beschikbaar is.
-
NT betekent dat u Niet Transplantabel bent, bijvoorbeeld wegens ziekte of omdat de vooronderzoeken nog niet klaar zijn, maar ook wanneer u wacht op transplantatie met een geschikte levende donor.
-
De I staat voor: Immunised. Wanneer een patiënt tegen 6% tot 85% van alle voorkomende weefseleigenschappen antistoffen heeft, krijgt de patiënt code I. Dit betekent een zekere voorrang, maar het zal duidelijk zijn dat het zoeken naar een geschikte donor moeilijker is en de kans op positieve kruisproeven* groter. Praktisch betekent dit niet dat een patiënt met code I eerder een nier krijgt.
-
HI staat voor: High Immunised. Deze code is bedoeld voor patiënten die 86% tot 100% antistoffen hebben en daarom speciale eisen stellen aan een zo goed mogelijke en praktisch volledige overeenkomst. De laatste jaren is het met een zeer bewerkelijk laboratoriumonderzoek mogelijk te bepalen tegen welke HLA-antigenen deze patiënten geen antistoffen hebben. Het gaat dan om het vinden van acceptabele mismatches (AM), dat wil zeggen niet-lichaamseigen antigenen waartegen geen antistoffen gevormd zijn. Als er toch voldoende overeenkomsten zijn in weefseleigenschappen tussen donor en ontvanger, kunnen bij deze hooggeïmmuniseerde patiënten (dus met te veel antistoffen) de resultaten van transplantatie even goed zijn als bij patiënten zonder antistoffen.
-
De code HU staat voor: High Urgency. Deze urgentie is alleen bedoeld voor patiënten die in zo’n slechte lichamelijke conditie verkeren, dat verwacht wordt dat ze zonder transplantatie binnen enkele maanden zullen overlijden. Meestal omdat er geen mogelijkheden voor dialyse (HD of PD) meer zijn. Voor deze patiënten moet dan iedere nier, ongeacht de mate van overeenkomst, worden geaccepteerd, wanneer de kruisproeven* negatief zijn.
De urgentieklassen dienen ervoor om zo optimaal mogelijk de situatie van de patiënt in kaart te brengen. Het is duidelijk dat dit nodig is, om een verantwoord beleid inzake transplantatie uit te voeren. -
Bij een kruisproef worden cellen van de donor samengevoegd met bloed van de ontvanger. Zo kan men vaststellen of de ontvanger antistoffen heeft tegen weefseleigenschappen van de donor. Als dit het geval is –de testuitslag noemt men dan positief – gaat de transplantatie niet door omdat het risico van een vroegtijdige, onbehandelbare afstoting van de donornier zeer groot is. Het bepalen van de kruisproef duurt ongeveer 4 uur en moet vóór de transplantatie uitgevoerd worden als er sprake is van antistoffen. Is er geen sprake van antistoffen, voorafgaande aan de transplantatie, dan zal de kruisproef pas na de transplantatie uitgevoerd worden.