Het is niet de bedoeling dat u na de transplantatie aan ‘smetvrees’ gaat lijden. Toch is het belangrijk om infecties zoveel mogelijk te voorkomen, omdat de gevoeligheid voor infecties kort na de transplantatie of na de behandeling voor afstoting het grootst is.
Een aantal richtlijnen voor het voorkomen van infecties:
- Zorg voor een goede lichaamshygiëne, maar vermijd overmatig zeepgebruik. Dit kan de huid uitdrogen.
- Vermijd contact met personen die verkouden zijn of griep hebben, omdat de meeste besmettingen via de lucht en via handcontact plaatsvinden.
- Hebt u toch een besmetting opgelopen, raadpleeg dan uw nefroloog (indien u hierbij nog onder behandeling bent) of uw huisarts.
- Vermijd contact met kinderen die een kinderziekte doormaken.
- Vermijd personen die recent zijn ingeënt met levende vaccins zoals tegen mazelen of rode hond. Vaccins tegen griep, tetanus en kinkhoest vormen geen probleem.
- Wees hygiënisch met het bereiden en gebruik van voedsel. U hebt een verhoogde kans op besmetting door bacteriën (rauw vlees, rauwe kip, gesneden rauwe groenten en fruit, rauwe voorverpakte vis).
- Voorkom een leverontsteking (hepatitis E) door géén leverpaté te eten.
- Voorkom toxoplasmose door kattenuitwerpselen, rauwe groenten uit eigen tuin waar katten komen en door onvoldoende doorbakken vlees.
- Let er op dat de melk en kaas gepasteuriseerd of gesteriliseerd zijn. Bij voorverpakte kaas staat dit op het etiket vermeld.
- Zorg dat groenten en fruit goed schoongemaakt worden, nadat u zelf zorgvuldig de handen hebt gewassen.
- Zorg ervoor dat uw voedsel steeds goed gekoeld bewaard wordt.
- Gebruik geen grapefruitsap en geneeskrachtige kruiden zoals St. Janskruid die medicijnspiegels van anti-afstotingsmedicatie kunnen beïnvloeden.