Wanneer u in aanmerking wilt komen voor een niertransplantatie, moet er eerst een reeks van onderzoeken plaatsvinden om te beoordelen of uw algehele conditie goed genoeg is om deze ingrijpende operatie goed te doorstaan. Daarbij wordt er ook gekeken naar eventuele infectierisico's en infectiebronnen. Dit is nodig omdat u na een niertransplantatie medicijnen krijgt tegen afstoting, waardoor uw afweer tegen infecties verminderd. Daarom zijn vaccinaties aanbevolen, onder andere die via het Rijksvaccinatieprogramma. Afhankelijk van uw persoonlijke situatie zal bepaald worden welke onderzoeken noodzakelijk zijn. De standaardonderzoeken bestaan onder meer uit bloed en urine onderzoek, een hartfilmpje, een longfoto, een echo van de lies- en beenvaten én een CT-scan van de buik (zonder contrast). Aanvullend kunnen consulten en onderzoeken nodig zijn bij bijvoorbeeld de cardioloog, uroloog, longarts, of andere medische specialisten. Ook is belangrijk dat psychosociale aspecten geen negatief effect op de transplantatie hebben. Daarom zal ook maatschappelijk werk in het eigen centrum een inventarisatie doen en zo nodig een begeleidingsplan opstellen. Alle onderzoeken vinden in principe plaats in het eigen dialysecentrum.
U ondergaat altijd dezelfde pre-transplantatieonderzoeken, ongeacht het niertransplantatie.
Pas wanneer alle onderzoeken zijn afgerond met een bevredigende uitslag bent u transplantabel. Dit wil zeggen dat levende transplantatie gepland kan worden of dat u opgeroepen kunt worden wanneer er een nier van overleden donor beschikbaar komt. Gezien de lange wachttijden voor een niertransplantatie is het vaak wel noodzakelijk bepaalde onderzoeken na enige tijd te herhalen om zeker te weten dat er zich geen belangrijke veranderingen in uw situatie hebben voorgedaan tijdens de wachttijd.