-
- Hartfilmpje
- Longfoto
- Scan van de buik
- Vaatonderzoek van de buikvaten
- Bezoek aan tandarts
Mantoux-bepaling: Via een onderhuidse inspuiting wordt beoordeeld of u ooit in contact bent geweest met tuberculose. In sommige gevallen wordt bloed geprikt als alternatief. Dit noemt men de Quantiferontest.
Bloedonderzoek: Om aan te tonen of uit te sluiten dat u bepaalde virusinfecties hebt doorgemaakt. Het gebruik van afweerremmers kan er voor zorgen dat deze virussen na een transplantatie ziekteverschijnselen veroorzaken.
Bloedonderzoek voor weefseltypering: Om de bloedgroep. de voor u specifieke eigenschappen en eventuele antistoffen te bepalen.
Dit zijn erfelijke eigenschappen die u van uw ouders hebt meegekregen. Antistoffen ten gevolge van contact met vreemde eigenschappen kunnen ontstaan door:eerdere bloedtransfusies (zelden);
zwangerschappen (ook eventuele abortus of miskraam);
eerdere orgaantransplantaties.Het bloedonderzoek voor weefseltypering is van belang voor het bepalen welke nier geschikt is. In sommige gevallen zal ook bloed moeten worden afgenomen van naaste familieleden, voor verdere typering van weefseleigenschappen en om uit te kunnen zoeken of er mogelijk antistoffen zijn. Bij vrouwen die zwanger zijn geweest, wordt altijd bloed afgenomen van de kinderen en hun biologische vader.
In elk transplantatiecentrum in Nederland worden globaal dezelfde onderzoeken gedaan volgens een hiervoor opgestelde richtlijn. Er kunnen echter nuanceverschillen zijn tussen de verschillende transplantatiecentra.
Na de eerste weefseltyperingsonderzoeken wordt elke 3 maanden bloed afgenomen om de actuele stand van zaken betreffende de antistoffen te bepalen. Dit is een belangrijk onderzoek om de ontwikkeling van antistoffen te kunnen volgen en verplicht door Eurotransplant om actief op de lijst voor een nier van een overledene te blijven staan.
-
Afhankelijk van uw medische voorgeschiedenis kunnen aanvullende onderzoeken noodzakelijk zijn. Deze worden niet voor iedere patiënt standaard uitgevoerd. Het gaat dan bijvoorbeeld om:
Consult cardiologie – Heeft of had u hartproblemen, -klachten of vaatproblematiek, dan gaat u voor de transplantatie naar de cardioloog. De cardioloog bepaalt de uit te voeren onderzoeken.Consult longarts – Heeft of had u klachten van de luchtwegen, dan gaat u voor de transplantatie naar de longarts. De longarts bepaalt de uit te voeren onderzoeken.
Consult urologie – Heeft of had u klachten van de blaas, de urinewegen, of bent u bekend met cystenieren, dan gaat u voor de transplantatie naar de uroloog. De uroloog bepaalt de uit te voeren onderzoeken.