Na de operatie moet u rekening houden het met volgende
- Bij het wakker worden uit de narcose hebt u een slangetje in de neus met zuurstof. Hierdoor krijgt u zuurstof toegediend om de narcosegassen snel via uw longen te laten verdwijnen. Probeer diep in en uit te ademen, zodat ze de zuurstoftoediening snel kunnen beëindigen. U zult zich dan weer wat beter voelen.
- Mogelijk hebt u na de operatie wat keelpijn of bent u hees. Dit komt door het beademingsbuisje dat tijdens de operatie via uw mond tot in uw luchtpijp is ingebracht. Direct na de operatie wordt dit verwijderd. De keelpijn of heesheid verdwijnt binnen enkele dagen.
- U hebt meestal een infuus: een infuus in de arm (niet de shunt-arm), waardoor u medicijnen en vocht toegediend krijgt.
- Hebt u pijn, dan kunt u pijnstillers vragen aan de verpleging. Sommige patiënten krijgen een knop in de hand waarmee ze zichzelf pijnstillers kunnen toedienen.
- Voelt u zich kort na de operatie misselijk, dan kan dit komen door de narcose. Hier kunt u medicijnen voor krijgen. U mag nog niets eten en slechts enkele slokjes water drinken.
- Het slangetje dat soms tijdens de ingreep rond de nieuwe nier wordt aangebracht om het overtollige bloed en vocht te laten aflopen na de operatie, wordt meestal na 2 tot 3 dagen verwijderd. De verpleging controleert dagelijks de wond bij het verschonen van de wondbedekking. Bij het hechten van de wond worden oplosbare hechtingen gebruikt.
- Tijdens de operatie wordt er een dubbel J-katheter geplaatst tussen de transplantaatnier en de blaas: dit gebeurt om het risico op lekkage van urine en vernauwingen te voorkomen. Deze katheter wordt na 2 weken verwijderd.
- De blaaskatheter die in de blaas is ingebracht, blijft 7 dagen zitten. Deze katheter voert de urine af uit de blaas. Hierdoor komt de plek waar de urineleider van de nieuwe nier in de blaas is vastgehecht niet onder spanning te staan tijdens de genezing. Bovendien kan via deze katheter de hoeveelheid geproduceerde urine worden gemeten. Wanneer de katheter is verwijderd, is het belangrijk dat u iedere 2 uur probeert uit te plassen (dag en nacht, gedurende 4 dagen) zodat de aanhechtingsplaats van de urineleider niet plotseling onder druk komt te staan.
- De darmen hebben tijdens de operatie stilgelegen en komen weer langzaam op gang. Nadat uw arts gecontroleerd heeft dat uw darmen weer werken, mag u in overleg gaan starten met vloeibare voeding en meestal een dag erna met vast voedsel. Onder vast voedsel verstaan wij een natriumbeperkt (zoutbeperkt) dieet. Indien nodig krijgt u nog andere dieetmaatregelen voorgeschreven.
- De bloeddruk, pols en vochthuishouding zullen met regelmatige tussenpozen (de eerste dag zelfs elk uur en de tweede dag om de 2 uur) gemeten worden om het functioneren van de transplantatienier te kunnen volgen. Op de kamer bevindt zich alle apparatuur om deze controles uit te kunnen voeren. De apparatuur kan iets signaleren, maar dit is voor u geen reden tot ongerustheid. Er wordt iedere morgen bloed geprikt, urine afgenomen en verzameld om te zien hoe de nier functioneert.
- Een donornier werkt niet altijd onmiddellijk. Bij sommige patiënten is de eerste tijd na de operatie nog dialyse nodig. Dat betekent niet dat de transplantatie niet gelukt is. Soms moet u een paar weken of zelfs langer geduld hebben voordat de donornier goed gaat functioneren. De eerste dag na de operatie wordt een doorbloedingsscan en een echo van de nier gemaakt. Met behulp van de scan zien we of de nier van bloed wordt voorzien. Een echo- onderzoek laat zien of zich vocht in en rond de nier heeft opgehoopt en of de urine goed kan aflopen. Echo’s en scans worden tijdens uw opname indien nodig herhaald.
- De eerste dag na de operatie komt u met hulp van de verpleging uit bed. Het is van belang dat u al in een vroeg stadium weer beweegt, om trombose in de benen te voorkomen.
- Er wordt bijgehouden hoeveel vocht u inneemt en hoeveel u plast. Ook als de blaaskatheter is verwijderd blijft dit noodzakelijk. Dus wanneer u per ongeluk in het toilet plast en er urine verloren gaat, geef dit dan door aan de verpleegkundige of noteer dit zelf in het notitieboekje. De vochtbalans is samen met andere uitslagen een maat voor het functioneren van de nieuwe nier.
- Dagelijks wegen is noodzakelijk; aan het gewicht is te zien of u vocht vasthoudt. In het begin houdt de verpleging de verschillende lijsten bij, na verloop van tijd noteert u zelf wat u drinkt, hoeveel u plast en welke medicijnen u inneemt. Hierover krijgt u van de verpleging op de afdeling de nodige uitleg. Thuis gaat u hiermee door, zodat bij de controles op de polikliniek de behandelend arts duidelijk en overzichtelijk uw situatie kan beoordelen.