Een niertransplantatie brengt een grote verandering in uw leven en in dat van de mensen in uw omgeving. Mensen om u heen, uw partner, ouders en kinderen, ervaren en verwerken het op hun eigen manier en reageren op hun eigen manier. Dit kan ook gelden voor uw werkomgeving. Met dialyseren had u waarschijnlijk een zeker ritme in uw dagelijks leven bereikt. De transplantatie is een verstoring van dit ritme, hoezeer er ook naar uitgekeken is. Een transplantatie maakt veel dingen in uw leven weer anders. De dialyse valt weg, zodat u weer tijd krijgt voor andere activiteiten. Seksuele gevoelens kunnen veranderen of voor sommigen weer terugkomen. De wens om kinderen te krijgen kan (weer) ontstaan. Angst voor afstoting van de nieuwe nier kan optreden. Deze gevoelens van angst en onzekerheid heeft bijna iedereen die getransplanteerd is of wordt. De maatschappij ziet de getransplanteerde als genezen, er wordt weer verwacht dat men op eigen benen kan staan. Dat kan vragen met zich meebrengen op het gebied van uitkeringen en vergoedingen. Het bespreekbaar maken van deze gevoelens, vragen en onzekerheden in de periode rond de transplantatie, draagt vaak bij aan een betere psychische gesteldheid. Een medisch maatschappelijk werker kan u daarbij behulpzaam zijn.
Zijn er vragen van u of andere betrokkenen (partner, familie, eventuele andere instanties) op dit gebied, dan kunt u een beroep doen op de maatschappelijk werker. Er is een maatschappelijk werker verbonden aan de transplantatieafdeling. Deze zoekt contact met u in de periode rond de transplantatie. U kunt ook zelf contact opnemen via het secretariaat maatschappelijk werk.