De taken van de nieren kunnen worden overgenomen door dialyse of door transplantatie. Bij dialyse wordt het bloed door een kunstmatig of lichaamseigen membraan geleid. Bij een kunstmatig membraan wordt het bloed gezuiverd door een kunstnier, we spreken dan van hemodialyse of HD. Bij een lichaamseigen membraan wordt uw eigen buikvlies gebruikt als membraan, we spreken dan van buikspoeling of peritoneaal dialyse of PD.
De tweede behandelvorm is het verbeteren van de nierfunctie door het transplanteren van een nier van een overleden of levende donor.
Na een succesvolle niertransplantatie zal de levensverwachting en kwaliteit van leven doorgaans aanzienlijk beter zijn dan bij continueren van dialyse.
De levensverwachting wordt in het algemeen beter doordat hart- en vaatziekten minder snel toenemen en de kwaliteit van leven wordt verbeterd doordat er bijvoorbeeld minder dieetmaatregelen en geen vochtbeperking meer nodig zijn. De algemene conditie zal toenemen en er ontstaan meer mogelijkheden voor werk en vrije tijd. Het nadeel van een transplantatienier is dat u blijvend medicatie moet innemen, om afstoting van de nier te voorkomen. Daardoor loopt u meer risico op het krijgen van infecties en kwaadaardige aandoeningen dan bij dialyse. Als de werking van de transplantatienier vermindert, kan het zijn dat u weer met dialyse moet starten. U kunt dan mogelijk wel weer in aanmerking komen voor een volgende transplantatie.