Op de ochtend van het polikliniekbezoek neemt u geen anti-afstotingsmedicatie in. U neemt de medicatie wel mee naar de polikliniek, dan kunt u die direct innemen nadat er bloed is afgenomen. Dit in verband met de bloedspiegel ten gevolge van het betreffende medicijn.
Het bloedprikken doet u het beste tussen 7.30 en 8.00 uur, dan kunt u daarna meteen de medicatie tegen afstoting innemen.
De uitslag van het bloedprikken is pas bekend nadat u op de poli bent geweest. Als de medicatie verandert, neemt de arts in de avonduren telefonisch contact met u op. Vanaf enkele maanden na transplantatie kunt u al 1 of 2 dagen vóór de controle afspraak bloed laat prikken en urine inleveren. Dan zijn de uitslagen bekend als u op de poli komt en kunnen deze meteen met u worden besproken.
Breng bij uw polibezoek mee:
- de controlelijst met uw gegevens van de afgelopen periode, zoals bloeddruk,
- gewicht, temperatuur en urineproductie;
- uw ochtenddosering van de anti-afstotingsmedicatie;
- uw ochtendurine en een portie van de 24-uurs urine (deze kunnen bij de prikdienst ingeleverd worden);
- uw recente medicatielijst.