Ondanks alle zorgvuldigheid en voorzorgsmaatregelen kunnen zich helaas altijd nog complicaties voordoen tijdens of na uw niertransplantatie.
Mogelijke complicaties op korte termijn:
- De oorspronkelijke eigen nierziekte kan in sommige gevallen terugkeren in de transplantatienier. De kans hierop en het tijdstip waarop het optreedt zijn afhankelijk van de betreffende aandoening.
- Hoge bloeddruk komt vaak voor na een transplantatie en kan doorgaans met medicatie gereguleerd worden. Hierbij is uiteraard een natriumbeperking (zout) in de voeding van belang. De hoge bloeddruk is vaak een gevolg van afwijkingen in de eigen nieren.
- Cytomegalievirus (CMV. Meer dan twee derde van de bevolking heeft eerder een infectie doorgemaakt met dit virus. Bij gezonde mensen veroorzaakt het meestal niet meer dan griepachtige verschijnselen, maar bij transplantatiepatiënten kan het een behoorlijk ernstige infectie veroorzaken. Deze infectie is wel behandelbaar. Het is mogelijk dat uw donor dit virus bij zich droeg en dit virus is dan ook aanwezig in het transplantaat dat u ontvangt. Als u voorheen deze virusinfectie nooit hebt doorgemaakt, bouwde u hiertegen ook geen afweer op. Daarom krijgt u in dit geval uit voorzorg medicijnen om de infectie te voorkomen. Zelfs als u deze infectie wel hebt doorgemaakt, kan door het gebruik van de anti-afstotingsmedicijnen een opflakkering van deze infectie optreden. Als u onverhoopt toch een infectie ontwikkelt, staan er verschillende medicijnen ter beschikking om deze infectie te behandelen.
- Soms lekt er urine uit de urineafvoerbuis waar deze op de blaas is gehecht of ontstaat er een vernauwing of zelfs een volledige verstopping van de urineafvoerbuis. Deze complicatie komt in ongeveer 10% van de transplantaties voor. Om dit risico te minimaliseren wordt er bij de operatie een dun slangetje achtergelaten in het nierbekken dat van hieruit naar de blaas loopt. Dit slangetje ligt dus geheel inwendig en wordt een JJ-katheter genoemd. Deze wordt doorgaans na 6 tot 8 weken door de uroloog verwijderd. Mocht er ondanks deze JJ-katheter toch een vernauwing optreden, dan kan een operatie nodig zijn om dit te herstellen. Tot aan deze operatie zal men dan doorgaans een zogenaamde nefrostomiekatheter inbrengen die vanuit de transplantatienier overtollig vocht naar buiten zal afvoeren. Dit is een dun slangetje dat via de huid, onder plaatselijke verdoving in de transplantatienier wordt ingebracht. Dit is enerzijds om een goede afvoer van urine te bewerkstelligen en anderzijds om ervoor te zorgen dat er geen urinelekkage plaatsvindt.
- Urineweginfecties na transplantatie komen regelmatig voor en kunnen behandeld worden met antibiotica.
- Zeer zelden treedt er een vernauwing op van de nierslagader (een stenose), hetgeen betekent dat er dan te weinig bloedtoevoer naar de nier is. Of dit de oorzaak van een slechter functionerende nier is, kan aangetoond worden door middel van contrastfoto’s of een magneetscan van de bloedvaten (MRA). Mogelijk kan een vernauwing verholpen worden door te dotteren; een behandeling waarbij met behulp van een ballonnetje geprobeerd wordt de slagader wijder te maken.
- Patiënten die eerder tuberculose hebben gehad of die geboren zijn in een deel van de wereld waar tuberculose nog algemeen voorkomt, lopen risico op opflakkering van deze ziekte. Om te voorkomen dat dit gebeurt, zal er op voorhand een lage dosering anti-tuberculosemedicijn gegeven worden tot een jaar na transplantatie.
Mogelijke complicaties op langere termijn:
- Hart-en vaatziekten komen meer voor bij dialysepatiënten dan bij de algehele bevolking. Het ondergaan van een niertransplantatie vermindert dit risico ten opzichte van dialyse, maar transplantatiepatiënten lopen nog altijd een hoger risico dan mensen zonder nierziekte. Daarom is het zeer verstandig om niet te roken, te zorgen voor gezonde voeding en voldoende beweging. Ook het goed reguleren van de bloeddruk en cholesterol is erg belangrijk.
- Na een transplantatie kunnen allerlei infecties voorkomen. Als u nooit waterpokken hebt doorgemaakt, kan het zijn als u in contact komt met iemand die de waterpokken heeft dat u ook de waterpokken krijgt. Ook kan dit virus gordelroos veroorzaken. Bij klachten is het van belang dat u dit doorgeeft aan uw behandelend nefroloog.
- Kanker(met name huidkanker) komt meer voor na een niertransplantatie, omdat alle medicijnen die afstoting proberen te voorkomen, tevens de afweer tegen kankercellen verminderen. Bescherm daarom uw huid tegen overmatige blootstelling aan de zon omdat dit de belangrijkste bijdrage levert aan het ontstaan van huidkanker.