De eigen nieren blijven meestal zitten. Redenen om ze soms toch te verwijderen zijn bijvoorbeeld een (mogelijke) tumor, infectie of ruimtegebrek bij cystenieren.
Psychosociale aspecten kunnen een negatief effect op de transplantatie hebben. Het maatschappelijk werk in het eigen centrum verricht een inventarisatie en stelt zo nodig een begeleidingsplan op.
Na het afronden van de onderzoeken volgt een poliklinische afspraak met een verpleegkundig specialist, transplantatie nefroloog en vaatchirurg. In een gezamenlijk overleg volgt besluitvorming over geschiktheid voor transplantatie. Soms is dan nog aanvullend onderzoek nodig.