Diëtetiek

Fosfaat: waar zit het in en waarom is het belangrijk?

Fosfaat is een mineraal dat in de natuur veel voorkomt onder de naam fosfor. In de kop van een lucifer zit bijvoorbeeld fosfor. Komt dit zelfde mineraal in de voeding voor dan heet het fosfaat.

Fosfaat speelt een rol in de de thuishouding en het risico op hart- en vaatziekten, samen met calcium, vitamine D en PTH (parathormoon of bijschildklierhormoon). Het lichaam zorgt ervoor dat het gehalte aan fosfaat en calcium in het bloed altijd in balans zijn. Als het fosfaat stijgt, onder andere als gevolg van voeding waar fosfaat in zit, moet ook het gehalte aan calcium in het bloed stijgen. Hiervoor wordt er calcium vrij gemaakt uit de botten. Dit kan lijden tot broze botten en geeft een groter risico op botbreuken. Als het calciumgehalte in het bloed heel hoog wordt, gaat er calcium in de wanden van de bloedwaten zitten. Deze wanden worden dan stijf en kunnen niet meer goed bloed rondpompen. Hierdoor ontstaat er een groter risico op hart- en vaatziekten. Daarnaast kan er door calcificaties van de bloedvaten (calcium dat in de wanden van de bloedvaten gaat zitten) huiddefecten ontstaan zoals jeukklachten en wondjes.

Om deze redenen is het heel belangrijk dat het fosfaat goed onder controle worden gehouden.

Hoe kunnen we het fosfaat nu het beste onder controle houden?

Dit kan op 2 manieren:

1. Zorgen dat er minder fosfaat in het bloed komt.

Dit kan door het voedingspatroon aan te passen. Fosfaat zit in allerlei voedingsmiddelen.  De grootste bron van fosfaat zijn voedingsmiddelen die ook veel eiwit bevatten: vlees (waren), vis, kaas, noten  en zuivel. Vooral kaas en smeerkaas zijn grote bronnen van fosfaat. Daarnaast zijn er specifieke producten die veel fosfaat bevatten: creamer voor in de koffie en cola bijvoorbeeld.  Ook bewerkte producten die bepaalde E-nummers bevatten, kunnen veel fosfaat bevatten. Het gaat om de volgende E-nummers:  E101, E 338, E 339, E 340, E341, E 343, E 442, E 450, E 451, E 452, E541, E 543, E 544, E 545, E 1410, E 1412, E 1413, E 1414.

Je kunt de hoogte van het fosfaat in het bloed beinvloeden door bewust te kiezen voor producten die minder fosfaat bevatten. Hierdoor wordt het gehalte aan eiwit in het voedingspatroon echter ook lager en dat is bij dialyse in welke vorm dan ook niet wenselijk. Producten met een hoog gehalte aan fosfaat kunnen beter vervangen worden door producten met een lager fosfaatgehalte, maar wel evenveel eiwit. Zo kan (smeer)kaas als broodbeleg goed worden vervangen door vleeswaren of pindakaas of door een plantaardig product zoals humus (kikkererwtenpasta). Plantaardige producten bevatten ook fosfaat, maar dit wordt minder goed opgenomen door het lichaam en heeft dus minder effect op de hoogte van het fosfaat in het bloed. Door te kiezen voor minder bewerkte producten en meer verse  en onbewerkte voedingsmiddelen kan het fosfaatgehalte van de voeding ook al behoorlijk dalen, dus minder koken met ‘pakjes en zakjes’ en meer verse producten gebruiken.

Het boek ‘Eten met Plezier’ bevat een analysetabel met daarin  de fosfaatgehaltes van de meest voorkomende voedingsmiddelen. Daarnaast maken wij gebruik van het boekje ‘Zien-meten-weten Eiwit en fosfaat’.

2. Zorgen dat het fosfaat niet wordt opgenomen in het bloed.

Dit kan alleen door middel van fosfaatbinders. Fosfaatbinders zijn medicijnen die in de darmen het fosfaat dat vrij komt uit de voeding binden en dan het lichaam verlaten via de ontlasting. Belangrijk is dat fosfaatbinders op een goede manier worden ingenomen: vlak voor, maar het liefst tijdens de maaltijd en eigenlijk bij alles wat wordt gegeten en gedronken. Nadeel van deze medicijnen is dat ze bijwerkingen kunnen hebben, bijvoorbeeld maag- en darmklachten en dat ze de eetlust kunnen verminderen.

Fosfaat is dus een belangrijke stof om rekening mee te houden. Het is echter niet altijd eenvoudig om het fosfaat onder controle te krijgen. Heeft u vragen over het fosfaat, schroom dan niet om uw diëtist hierover aan te spreken.