Niertransplantatie

Uw operatie

Vanaf het moment dat u door de behandelende nefroloog opgeroepen bent, blijft u nuchter. U mag dus niets meer eten, drinken en u mag niet meer roken.

U gaat eerst naar uw eigen dialysecentrum en haalt daar uw foto map, dialysedossier en polikliniekdossier op.

De arts in uw eigen dialysecentrum zal u eventueel nog onderzoeken en in overleg met de arts in Maastricht eventueel nog laten dialyseren. Eenmaal aangekomen in het Maastricht UMC+ gaat u via de hoofdingang het ziekenhuis binnen  en meldt u zich aan de balie van verpleegafdeling D5 Transplantatieafdeling op niveau 5. Dialyseert u in het Maastricht UMC+, dan gaat u bij uw oproep gelijk naar afdeling D5.

      Verpleegafdeling D5Verpleegafdeling D5

 Niet vergeten mee te nemen naar het ziekenhuis:

  • uw patiëntenpasje van Maastricht UMC+;
  • nachtkleding, kamerjas, ondergoed;
  • pantoffels;
  • tandenborstel, tandpasta en andere toiletspullen;
  • eventueel scheerapparaat;
  • thuismedicatie.

 

Opname op de transplantatieafdeling

Zodra u aankomt op afdeling D5 worden de voorbereidingen voor de operatie getroffen. U krijgt een intakegesprek met de transplantatieverpleegkundige. Uw gewicht, bloeddruk, pols en temperatuur worden geregistreerd en er volgen nog een paar onderzoeken, zoals een longfoto en een hartfilmpje en er wordt bloed geprikt en onderzocht om een infectie uit te sluiten.

De zaalarts of dienstdoende internist-nefroloog zal u nog eens helemaal onderzoeken. Afhankelijk van de uitkomsten van deze onderzoeken kan het noodzakelijk zijn dat er nog andere specialisten ingeschakeld worden. In uitzonderingsgevallen kan het voorkomen dat er contra-indicaties tegen transplantatie gevonden worden, zoals een slechte algemene conditie, een infectie of ernstig hart-of vaatlijden. Mogelijk kan hierdoor de transplantatie niet doorgaan. Ondanks alle vooruitgang die er geboekt is, is een niertransplantatie nog geen standaardingreep.

Bij alle transplantaties vindt er nog onderzoek plaats dat erop gericht is de resultaten in de toekomst te verbeteren. Het kan dus zijn dat u gevraagd wordt mee te doen aan op dat moment lopende onderzoeken. Deze onderzoeken zijn altijd goedgekeurd door de Medisch Ethische Commissie. Deze commissie waakt over het belang van de patiënten. Voor meer informatie zie de folder ‘MedischWetenschappelijk Onderzoek’.

U wordt opgenomen op interne afdeling D5, de transplantatieafdeling. Uw hoofdbehandelaar is een internist-nefroloog, maar de operatie zal door een chirurg uitgevoerd worden. Indien dit nog niet bij uw eigen dialysecentrum gebeurd is, wordt alsnog bloed geprikt om een indruk te krijgen over het functioneren van de organen en om te bepalen of u nog moet dialyseren. Als u buikspoelingen doet gaat u hiermee gewoon door totdat u naar de operatiekamer gaat. Let wel: voordat u naar de operatiekamer gaat moet u de laatste spoelvloeistof laten uitlopen, want  u moet met een ‘lege buik’ naar de operatie kamer gaan.Indien er bij eerder bloedonderzoek al is aangetoond dat u antistoffen hebt, of dat u in de periode tussen de laatste bloedafname voor weefseltypering en het tijdstip van transplantatie een bloedtransfusie hebt gekregen, wordt er een kruisproef (crossmatch) gedaan. Bij een positieve kruisproef is het mogelijk dat de geplande transplantatie niet doorgaat en u onverrichter zake terug naar huis moet keren. Dat kan ook gebeuren indien de aangeboden nier bij controle voorafgaand aan de transplantatie wordt afgekeurd. Dit is gelukkig zelden het geval en het vermindert uw kansen op een volgende oproep niet. Indien bij eerder bloedonderzoek geen antistoffen zijn geconstateerd, gebeurt de kruisproef pas na transplantatie.

Er zal u gevraagd worden om eventuele tandprotheses, juwelen, uw bril of lenzen en hoorapparaten uit en af te doen. Voor de operatie krijgt u een laxerend middel toegediend via de anus om de darmen te legen en u laat eventueel uw spoelvloeistof uit uw buik lopen. Hierna neemt u een douche en trekt u een operatiehemd aan. U krijgt een armbandje om met uw naam. Als u een shunt hebt zal de shuntarm ook zichtbaar gemarkeerd worden, zodat aan deze arm geen bloeddruk gemeten of bloed geprikt wordt. Wanneer het resultaat van de kruisproef bekend is, de aangeboden donornier  goedgekeurd is en de operatie door kan gaan, duurt het om organisatorische redenen soms nog een tijdje voordat u naar de operatieafdeling gebracht wordt. In overleg met de chirurg en anesthesist wordt het tijdstip van de operatie bepaald. De verpleegkundigen van de afdeling brengen u naar de operatieafdeling.

De operatie

Deze vindt plaats onder algehele anesthesie. De operatie duurt normaal gesproken ongeveer 2 tot 2,5 uur, maar u bent gedurende 4 tot 6 uur van de afdeling af omdat u na de operatie naar de uitslaapkamer (recovery) gaat. Deze tijden zijn richttijden en de operatie bij u kan korter of langer duren. Wachtende familieleden moeten hiermee rekening houden.

De donornier wordt niet op de plaats van uw eigen nieren geplaatst, maar laag in de onderbuik, net boven de lies. Dit is technisch beter uitvoerbaar. De ader en slagader van de donornier worden aangesloten op de bekkenvaten en de urineleider op de blaas. De donornier blijft aan de buitenkant goed voelbaar. De CAPD-katheter, het slangetje in de buik bij patiënten die buikspoelingen doen, kan blijven zitten. Soms is deze nog tijdelijk nodig na de operatie. Hij zal pas verwijderd worden zodra de donornier goed werkt. Uw eigen nieren blijven zitten, tenzij dit in uw situatie niet mogelijk is.

Afbeelding operatieAfbeelding operatie

Tijdens de operatie worden er vlakbij de getransplanteerde nier slangetjes aangebracht voor de afvoer van het wondvocht. Ook hebt u na de operatie nog een slangetje vanuit het nierbekken door de urineleider naar de blaas. Dit slangetje zorgt ervoor dat de urine te allen tijde doorloopt en er geen verstopping optreedt. Dit slangetje blijft 6 tot 8 weken zitten en wordt dan verwijderd door de uroloog middels een kijkje in de blaas.

Ook hebt u na de operatie nog een tijdelijke blaaskatheter. Via een ader in uw hals wordt een lang slangetje (centrale lijn) geplaatst om tijdens en na de operatie de vullingstoestand van uw bloedvaten te kunnen beoordelen.