Lekker en toch dieet

Fosfaat: waar zit het in en waarom is het belangrijk?

In deze serie artikelen hebben we bijna alle voedingsstoffen besproken die belangrijk zijn bij nierproblemen: natrium, eiwit, kalium en nu als laatste fosfaat.

Fosfaat is een mineraal dat in de natuur veel voorkomt onder de naam fosfor. In de kop van een lucifer zit bijvoorbeeld fosfor. Komt dit zelfde mineraal in de voeding voor dan heet het fosfaat.

Fosfaat speelt een rol in de bo thuishouding en het risico op hart- en vaatziekten, samen met Calcium, vitamine D en PTH (parathormoon of bijschildklierhormoon). Het lichaam zorgt ervoor dat het gehalte aan fosfaat en calcium in het bloed altijd in balans zijn. Als het fosfaat stijgt, onder andere als gevolg van voeding waar fosfaat in zit, moet ook het gehalte aan Calcium in het bloed stijgen. Hiervoor wordt er Calcium vrij gemaakt uit de botten. Dit kan lijden tot broze botten en geeft een groter risico op botbreuken. Als het Calciumgehalte in het bloed heel hoog wordt, gaat er Calcium in de wanden van de bloedwaten zitten. Deze wanden worden dan stijf en kunnen niet meer goed bloed rondpompen. Hierdoor ontstaat er een groter risico op hart- en vaatziekten. Daarnaast kan er door calcificaties van de bloedvaten (calcium dat in de wanden van de bloedvaten gaat zitten) huiddefecten ontstaan zoals jeukklachten en wondjes.

Om deze redenen is het heel belangrijk dat het fosfaat goed onder controle worden gehouden. Eind 2015 en begin 2016 hebben we een fosfaatproject uitgevoerd op de hemodialyse-afdeling. Dit heeft aantoonbaar geleid tot betere fosfaatgehaltes in het bloed. Dit project zal dan ook verder worden voortgezet.

Hoe kunnen we het fosfaat nu het beste onder controle houden?

Dit kan op 2 manieren:

De eerste manier is: zorgen dat er minder fosfaat in het bloed komt. Dit kan door het voedingspatroon aan te passen. Fosfaat zit in allerlei voedingsmiddelen.  De grootste bron van fosfaat zijn voedingsmiddelen die ook veel eiwit bevatten: vlees (waren), vis, kaas, noten  en zuivel. Vooral kaas en smeerkaas zijn grote bronnen van fosfaat. Daarnaast zijn er specifieke producten die veel fosfaat bevatten: creamer voor in de koffie en cola bijvoorbeeld.  Ook bewerkte producten die bepaalde E-nummers bevatten, kunnen veel fosfaat bevatten. Het gaat om de volgende E-nummers:  E101 (ii), E 338, E 339, E 340, E341, E 343, E 442, E 450, E 451, E 452, E541, E 543, E 544, E 545, E 1410, E 1412, E 1413, E 1414.

Je kunt de hoogte van het fosfaat in het bloed beinvloeden door bewust te kiezen voor producten die minder fosfaat bevatten. Hierdoor wordt het gehalte aan eiwit in het voedingspatroon echter ook lager en dat is bij dialyse in welke vorm dan ook niet wenselijk. Producten met een hoog gehalte aan fosfaat kunnen beter vervangen worden door producten met een lager fosfaatgehalte, maar wel evenveel eiwit. Zo kan (smeer)kaas als broodbeleg goed worden vervangen door vleeswaren of pindakaas of door een plantaardig product zoals humus (kikkererwtenpasta). Plantaardige producten bevatten ook fosfaat, maar dit wordt minder goed opgenomen door het lichaam en heeft dus minder effect op de hoogte van het fosfaat in het bloed. Door te kiezen voor minder bewerkte producten en meer verse  en onbewerkte voedingsmiddelen kan het fosfaatgehalte van de voeding ook al behoorlijk dalen, dus minder koken met ‘pakjes en zakjes’ en meer verse producten gebruiken.

Het boek ‘Eten met plezier’ bevat een analysetabel met daarin  de fosfaatgehaltes van de meest voorkomende voedingsmiddelen. Daarnaast maken wij gebruik van het boekje ‘Zien-meten-weten Eiwit en fosfaat’.

De tweede manier is : zorgen dat het fosfaat niet wordt opgenomen in het bloed. Dit kan door middel van fosfaatbinders. Fosfaatbinders zijn medicijnen die in de darmen het fosfaat dat vrij komt uit de voeding binden en dan het lichaam verlaten via de ontlasting. Belangrijk is dat fosfaatbinders op een goede manier worden ingenomen: vlak voor, maar het liefst tijdens de maaltijd en eigenlijk bij alles wat wordt gegeten en gedronken. Nadeel van deze medicijnen is dat ze bijwerkingen kunnen hebben, bijvoorbeeld maag- en darmklachten en dat ze de eetlust kunnen verminderen.

Fosfaat is dus een belangrijk stofje om rekening mee te houden. Het is echter niet altijd eenvoudig om het fosfaat onder controle te krijgen. Heeft u vragen over het fosfaat, schroom dan niet om mij of mijn collega Silvia Otten of een verpleegkundige hierover aan te spreken.

Dan volgt hier nog een recept. Dit recept komt uit het ‘Gezond idee kookboek’ dat wij als afdeling dietetiek samen met onderzoeksinstituut Nutrim en Studio Philippi hebben uitgegeven in het kader van 30 jaar academische zorg in Maastricht. In eerste instantie is dit een kookboek dat alle medewerkers van het MUMC+ cadeau krijgen. Daarnaastwordt het later dit jaar ook te koop aan geboden. Dit keer geen recept voor een warme maaltijd, maar voor het ontbijt.

Havermoutmuffins met noten & pitten

Ingredienten voor 12 stuks

250 gram volkoren meel

3 theelepels bakpoeder

100 gram rietsuiker

2 eieren

250 ml karnemelk

75 ml zonnebloemolie

50 gram havermout

75 gram ongezouten noten, grof gehakt

50 gram pittenmix (bijvoorbeeld zonnebloem-, pompoen-, pijnboompitten)

12 papieren cakevormpjes

Muffinvorm met 12 holtes

 

Verwarm de over voor tot 200 graden Celcius. Meng in een kom het meel met de bakpoeder en de rietsuiker. Klop in een maatbeker de eieren los met de karnemelk en de olie.

Schenk het eimengsel langzaam en al roerend bij het meel. Schep de havermout, de noten en de pitten door het beslag.

Zet de papieren vormpjes in het bakblik. Schep het beslag erin.

Bak de muffins in de voorverwarmde oven in ongeveer 25 minuten goudbruin en gaar.

Als variatie kunnen stukjes appel, peer, rabarber, blauwe bessen of frambozen worden toegevoegd.

Dit recept bevat noten en pitten. In de nieuwe Richtlijnen Goede Voeding wordt aanbevolen om dageijks minstens 15 gram noten of pinda’s te gebruikenom het risico op hart- en vaatziekten te verlagen. Noten, pitten en pinda’s bevatten veel fosfaat, maar deze hoeveelheden fosfaat worden minder goed opgenomen dan de hoveelheden fosfaat in dierlijke producten zoals vlees, kaas en zuivel.